Blogposts

Blog

Geplaatst op dinsdag 21 december 2010 @ 23:10 door Calamandja , 1003 keer bekeken

Boek over kasteelbewoners in …

HASSELT - In het boek 'Schoon volk' schetsen Rombout Nijssen en Tom Gaens hoe superrijke kasteelbewoners in West-Limburg de socio-economische en politieke verhoudingen beïnvloedden.

In de negentiende eeuw werd de invloed van de adel steeds kleiner door de opkomst van les nouveaux riches. Ze verwierven rijkdom door de aankoop van kerkelijke goederen die door de Franse bezetter werden verbeurdverklaard en dankzij de industriële revolutie. Voor de uitbating van mijnen, de aanleg van spoorwegen en de bouw van fabrieken waren grote kapitalen nodig. Heel wat investeerders streken extreem hoge dividenden op. Hun vermogen werd snel groter dan dat van de aristocratie, maar toch keken ze met afgunst naar de kasteelheren.

'Ze benijdden hen om hun grandeur', verduidelijkt Rombout Nijssen. 'Het stak bijvoorbeeld dat hun zonen niet werden toegelaten op de bals van de adel, waar de debutantes zich voorstelden. Ze gingen dan maar zelf een adellijk leven leiden. Ze organiseerden jachtpartijen en feesten, bouwden op het platteland kastelen en landhuizen, legden immense parken aan. Dat gebeurde onder meer in Lummen, Halen, Herk, Schulen, Donk, Zelem en Loksbergen. Daardoor ontstond in West-Limburg een aanleveringsnijverheid, waarvan je nog altijd de sporen ziet. De boomkwekerijen zijn daarvan een goed voorbeeld. Er werden zelfs jachthonden gekweekt.'

Geraakten de nieuwe rijken na verloop van tijd geïntroduceerd bij de adel?

'Inderdaad. Een mooie illustratie daarvan is Charles Whetnall, die het kasteel van Nieuwenhoven bij Sint-Truiden liet ombouwen tot een oosters sprookjespaleis. Reeds voor zijn dertigste had hij een fortuin vergaard in de financiële wereld en de mijn- en textielindustrie. Hij droomde ervan om adellijke kleinkinderen te hebben. Daarom liet hij edellieden voor enkele procenten investeren in zijn projecten. Langs die weg bracht hij zijn kinderen in contact met hun zonen en dochters.'

'Anderen zochten hun weg naar de adel via de politiek. De nieuwe rijken bezaten ontzettend veel grond, zodat veel boeren voor hun inkomen van hen afhankelijk waren. Zo kreeg die groep - en ook omdat het stemrecht beperkt was - het in gemeentebesturen en provincieraden voor het zeggen. Het summum was natuurlijk de Senaat, waar de aristocratische stempel nog zeer groot was. Economische en politieke macht raakten in elkaar verweven. De nieuwe elite bepaalde waar er wegen en spoorwegstations kwamen en wie gemeentesecretaris, veldwachter of onderwijzer werd.'

Was het toen ook al mogelijk om snel rijk te worden dankzij goede ondernemingszin?

'Zonder twijfel. Hubert Fischbach was afkomstig van een leerlooiersfamilie uit Verviers. Hij had snel in de gaten dat er in de negentiende eeuw een exodus was van Europese gelukszoekers naar de Verenigde Staten en dat er in Oost-Amerika duizenden dieren werden geslacht. Dat zorgde voor een gigantische afvalberg van huiden. Fischbach begreep dat hij die goedkoop naar Europa kon halen, want de schepen keerden anders toch maar leeg terug. Hij wist ook dat Napoleon met een half miljoen militairen naar Rusland ging en dus een miljoen laarzen nodig had. Fischbach werd steenrijk en maakte van het Sint-Jansbergklooster in Zelem een adellijke residentie.'

Wat deden de vrouwen van die nieuwe rijken?

'Ze assimileerden snel het savoir-vivre van de aristocratie. Ze nodigden dames van de Luikse beau monde uit en organiseerden fancy fairs naar Engelse traditie. Iedereen die een prijs gaf voor de bijhorende tombola, werd vermeld in een luxueuze catalogus. De opbrengst ging naar een goed doel, maar ik hoef niet te zeggen dat dat niet de eerste bekommernis was.'

Hoe groot was de impact van de nieuwe rijken op het dagelijkse leven van de gewone man?

'Om het in hedendaagse termen uit te drukken: ze lieten een immens grote sociale voetafdruk achter. Als ze zich in een dorp vestigden en een park aanlegden, onttrokken ze tientallen hectaren vruchtbare grond aan de landbouw. In Lummen alleen waren er dat zo'n 150. Omdat ze inkomsten hadden uit de industrie, speelde de agrarische opbrengst geen enkele rol. Dat betekent dat ongeveer dertig gezinnen geen inkomen meer hadden. Ik moet er wel bij zeggen dat er ook positieve aspecten waren aan hun aanwezigheid. Door de aanleg van wegen, die op de eerste plaats waren bedoeld om hun kastelen bereikbaar te maken, werkten ze de economische ontsluiting van de streek in de hand.'

Rombout Nijssen en Tom Gaens, Schoon volk - Peeters Publishers, 155 pagina's, 24 euro.  www.schoonvolk.be



Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Plaats een reactie

Je moet ingelogd zijn om een reactie te mogen plaatsen. Klik hier om in te loggen.